Gered uit
steenfabriek nummer 40

Doodmoe gaat Dawud* liggen op zijn simpele rieten bed. Een gloeilamp verlicht zijn kale bakstenen hut. Dawud zucht eens diep. Hij mist zijn ouders. Hun rieten bed is leeg sinds de dag van hun ongeluk. Dat is nu een half jaar geleden. De lieve mevrouw in het hutje hiernaast heeft vanavond na werktijd voor Dawud gekookt. Gelukkig, want Dawud is nog maar zes jaar. Koken kan hij nog niet.

Het leven is hard, hier in steenfabriek nummer 40, net buiten de stad Gujranwala in Pakistan. Dawud stond vanochtend op om 5 uur, net als altijd. Niet lang daarna verzamelen de fabrieksarbeiders voor de hutjes om samen psalmen te zingen. Deze psalmen leert Dawud van de evangelist die iedere week langskomt. Lezen kan niemand hier, ook Dawud niet. Hij zingt alle psalmen uit zijn hoofd. Dan, als het bijna 6 uur is roept de voorman: “Kom, we gaan aan het werk!” Een lange werkdag onder de brandend hete zon volgt. Twaalf uur later zit de werkdag erop. Zo gaat het iedere dag, zeven dagen per week.

Vandaag gaat Dawud verdrietig naar bed. Hij heeft zijn dagelijkse doel van 500 bakstenen niet gehaald. Alweer niet. Morgen komt meneer Qusay* hem daarom vast weer slaan. Meneer Qusay schreeuwt dan steeds “Ik krijg geld van jou!”. Dawuds vader en moeder hebben heel lang geleden geld geleend bij meneer Qusay toen Dawuds moeder dringend medicijnen moest hebben. Nu zijn ouders zijn overleden, komt meneer Qusay bij de kleine Dawud het geld opeisen. “Je bent een rat!”, briest hij steeds. Dawud zucht nog eens en doet de gloeilamp uit. Morgen is het weer vroeg dag. Net voor hij in slaap valt, bedenkt hij zich dat de lieve buurvrouw ook nog wat roepies van hem krijgt. Voor het eten dat ze kookt. Want ook zij heeft schulden en komt geld tekort.

De volgende dag. Dawud kijkt op van zijn houten baksteenmal, waarin hij vandaag al ontelbare keren een zandmengsel heeft gestopt. Hij schrikt. Daar komt meneer Qusay aan in zijn jeep! Maar wie heeft hij bij zich? Wacht, dat is die man die een paar dagen geleden samen met de evangelist de steenfabriek bezocht. Hij stelde Dawud toen allemaal vragen en ging heel lang met meneer Qusay praten. Die onbekende man stapt nu uit de Jeep en loopt naar Dawud. “Kom mee, Dawud”, zegt hij vriendelijk, “Je bent vrij.” Wat? Vrij? “Je gaat naar een veilige plek waar meer kinderen zijn”, zegt de man. Dawud kijkt verbaasd. “Hoef ik niet meer te werken?” De man schudt zijn hoofd. “Jij hoeft niet meer te werken.”

*Om veiligheidsredenen zijn de naam en oorspronkelijke woonplaats van Dawud en meneer Qusay veranderd

Blijf betrokken

Het is voor vervolgde christenen een grote bemoediging om te weten dat er vanuit Nederland voor hen wordt gebeden. Mogen we u op de hoogte houden over christenvervolging?

Contact

Stichting Hulp Vervolgde Christenen
Dorpsweg 85
4221 LJ Hoogblokland (NL)
info@stichtinghvc.nl

+31 (0)183 - 563 628

bereikbaar tijdens kantooruren

Maak uw gift over

ABN AMRO: NL51 ABNA 0561 4551 39
ING: NL18 INGB 0003 1340 57

Doneer online

Doneer nu        ANBI

Volg ons op

Stichting HVC helpt vervolgde christenen.